In den Beginne van Carnaval,
Dat carnaval al heel lang bestaat, weten we allemaal, waar nog wel enige discussie over is, is over de eigenlijke oorsprong van carnaval.
Vele theorieën vertellen de oorsprong over deze feesten van de omgekeerde wereld, als we deze verhalen allemaal op een hoop gooien en aan elkaar
gaan toetsen komen we tot de conclusie dat carnaval een mengeling is van heidense en godsdienstige rituelen, die het nieuwe jaar dan wel de lente inluiden.
Al voor 2600 voor Christus In masopotamië, de bakermat van onze beschaving waren er steden die misdadigers op praalwagens gekroond als koning voor een dag feestelijk
rondvoeren, waarna ze weer even feestelijk werden
terechtgesteld.
Nu rijden we nog steeds met praalwagens waar bepaalde symbolen op staan bijvoorbeeld een Prins Carnaval en een pop die prins carnaval moet voorstellen, die pop wordt dan
aan het einde van de carnaval in brand gestoken.
Bij ons in het Aopelaand “schieten we de kraai af” als symbool voor de sluiting van carnaval.

Vanaf de middeleeuwen begon de kerk een religieus tintje aan de carnavaleske uitspattingen te geven en werd van die tijd
af op de vooravond van de vastenperiode gevierd en was de laatste gelegenheid om nog eens flink te schransen.
Misschien een verzinsel, want vlees kon toch niet langer bewaard worden, omdat het ijs in de koelkelders bij het begin van de lente begon af te smelten.
De voorraad vlees moest dus zo vlug mogelijk op, van daaruit een mogelijke verklaring van het woord carnaval:
“caro navalis” of “carnis levamen” oftewel vaarwel met het vlees.
Nispen, het “moederdorp” van Roosendaal,

Een dorp in een slapend landschap met ver uitgestrekte heide- en veengebieden, althans, dat was zo’n 1000 jaar geleden
toen hier de eerste Nispenaren zich vestigden.
Nadien werd al gauw de parochie gevormd onder de naam Nisipa en in 1157 werd een schenking gedaan van Arnulfus de Brabander aan de Abdij van Tongerlo.

De parochie strekte zich uit over de plaatsen Kalmthout, Essen, Nieuwmoer, Achterbroek en Wilderdt in het huidige
België en Roosendaal en Zegge in het huidige Nederland.
Een belangrijke waterverbinding in heel dit gebied is de Watermolenbeek of Wildertse Beek.

De plaatsnaam Nispen is ontleent aan de betekenis: “watertje door een laaggelegen land” of “in het water stekend land”
ook het heilzaam of geneeskrachtig water.
Het begin van carnaval in Nispen,
Dagblad De Grondwet melde in 1905 dat de vastenavonden in Nispen rustig waren verlopen, behoudens een kleine twistpartij.
Zo was er in 1959 in café Verhoeven een prins (Huub Heitzer) onder de naam Priens Nuub en aan de andere kant van het Kerkplein in café Tivoli had Priens
Sjors I (Sjors Coenraads) de macht in handen.
Ook hofkapel de Kriekeplukkers waren in die tijd al van de partij.
In 1962 kregen de Nispenaren voor het eerst een gezamelijke prins met de naam Adhemar I (Janus Wagenaar) van het Apegat.

Het begin van de Stichting Carnaval Nispen,
Op 7 oktober 1963 werd de Stichting Carnaval Nispen geboren aan de stamtafel in het oude café van Sooi en Marie Verhoeven.

In strikte geheimhouding werd er een boerenraad gevormd en hoogwaardigheidsbekleders gekozen.
Hofkapel de Kriekeplukkers stonden al klaar onder leiding van kapelmeester Pirrus (Piet van Gastel) oftewel “dikke Peer”.

In 1964 zwaait Prins Pedro I (Pierre Verpalen) met zijn skepter over ’t Aopelaand en houdt dit maar liefst 11 jaar vol.

Hierna nam in 1975 Prins Ad I (Ad Verhulst) het over en regeerde 8 jaar over zijn rijk.

Prins Raan I (Ad van Meir) was vanaf 1983 5 jaar de regerende prins in Nispen.

In 1988 verscheen Prins Foonske I (Fons van Doormaal) het podium en zorgde voor 11 jaar carnaval in Nispen.

1999 Nog net voor het millennium verscheen Prins Rozjč I

In 2010 heeft Prins Kobus II (Jack Goorden) de scepter overgenomen
en is nog steeds regerende is in het Aopelaand.

De bovenstaande personen en verhalen vormen de basis voor carnaval
in Nispen en daar zijn we met z’n alle zeer content over.
Carnaval zal altijd voort blijven bestaan tot in de eeuwen der eeuwen………
Maar onthoudt een ding heel goed, “van de priens gin kwaot”